DUITEN
Stop 1: Audiotour Fabrieksmuseum 'de Schillerij'
Geld en handel, daar draait het om in Nederland in de 18de eeuw. Daarvoor is veel muntgeld nodig. Natuurlijk zijn de grote munteenheden belangrijk, zilveren guldens, daalders en gouden dukaten. Maar daarnaast is er veel vraag naar koperen duiten. En dat wordt alleen maar meer als ook de Verenigde Oostindische Compagnie zijn eigen duiten laat munten voor de handel in Azië.
De Nederlandse koperhandelaren spelen handig in op die vraag en importeren duitenplaatjes uit Zweden of Duitsland. Dat is best omslachtig, en het gaat ook nog vaak mis. Zo neemt de douane een zending van 30.000 pond koperen duitenplaatjes van Daniel Mitz in beslag omdat zijn naam niet correct op de invoerpapieren is ingevuld. Mitz moet een verzoek indienen bij de Staten-Generaal om dat terug te draaien. Een tijdrovende procedure.
Om van het gedoe af te zijn gaat Mitz op zoek naar een binnenlandse producent. Dan wordt in Klarenbeek, aan de rand van de Veluwe, een kopermolen met duitenknipperij opgericht. Welke rol Mitz speelt bij die oprichting is niet helemaal duidelijk. Maar betrokken is hij zeker. Als hij in 1739 triomfantelijk de eerste Nederlandse duitenplaatjes presenteert aan de muntmeesters, zijn die afkomstig van “zíjn” kopermolen op de Veluwe.